Competentiegericht leren en opleiden is vanaf 2010 ingevoerd in het onderwijs. Leerlingen worden opgeleid en beoordeeld op basis van competenties. Deze ontwikkeling heeft ook gevolgen voor leerlingen die leren op de werkvloer.
VTL heeft acht kenmerken geformuleerd die staan voor competentiegericht leren en opleiden:
1. Uitgangspunt voor het beroepsonderwijs: kenmerkende, reële en betekenisvolle beroepssituaties.
2. Het eindresultaat van een competentiegerichte opleiding is vastgelegd in heldere productdoelen en beoordelingscriteria.
3. Competenties worden geïntegreerd aangeleerd en geïntegreerd beoordeeld.
4. Leren vindt plaats in meerdere, wisselende en authentieke situaties.
5. Competentieontwikkeling van de deelnemers wordt regelmatig vastgesteld en vastgelegd: voor, tijdens en na de opleiding.
6. Leeractiviteiten en begeleiding sluiten aan op het individuele competentieniveau en de leerstijl van de deelnemers.
7. Eigen verantwoordelijkheid en zelfreflectie worden aangesproken en ontwikkeld.
8. Betrokkenen (docenten, praktijkopleiders) begeleiden deelnemers bij het sturen en bewaken van het leerproces.
De kenmerken en uw rol als praktijkopleider
Als praktijkopleider zult u vooral met de laatste vier kenmerken te maken krijgen. U beoordeelt het functioneren van lerenden in de praktijk. U beoordeelt aan de hand van een kwalificatiedossier, hierin staat beschreven welke competenties de leerling aan het eind van de opleiding moet beheersen.
VTL heeft de bovenstaande informatie samengevat in het document Competentie Gericht Leren en Opleiden.